Posts tonen met het label nostalgie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nostalgie. Alle posts tonen
maandag 23 april 2007

boes boes

"Hou u in stilte bezig", hoorde ik iemand zeggen.

Die vijf woorden katapulteerden mij in een vingerknip terug naar de schoolbanken. Waar leraars en leraressen dat al eens durfden zeggen als ze hun 50 minuten niet vol kregen. Of als ze geen zin hadden. Of als ze niet aanwezig waren, en wij verbannen werden naar de refter. Dan was er 'studie'. We zaten op drie zwijgzame meters van elkaar en de dames van het secretariaat patrouilleerden als cipiers.

Middelbare school, dat was ook: tijdens de middagpauze rondjes wandelen langs tien bomen, het water en het kasteel. Ja, mijn school was aan een kasteel. Je brooddoos na het eten in een wasmand kegelen en die 's avonds vergeten ophalen, keer op keer. En dan vrijdagavond met 4 brooddozen thuiskomen. Ook: op de speelplaats een obese eend je chocotoff zien inslikken als die net uit je handen is geglipt. Je rugzak binnen de lijnen neerzetten of je liep het risico dat die door de lucht werd geslingerd door de grootste terrorist van de school. We noemden haar The Sheriff. Bijnamen, nog zo iets heerlijks aan schooltijd.

Ook nog: een directeur die zijn troepen soms op maandagochtend begroette met de microfoon vanuit het venster vier hoog. Stoer, nietwaar.

Nog vroeger, op de lagere school. Dan denk ik aan stijle trappen met geelbruine tegels waarvan wij naar beneden stormden met onze boekentassen twee keer zo breed als onze ruggen. In de rij gaan staan als de juf een eerste keer met de bel klingelde. Absolute stilte bij een tweede bel, en voorwaarts mars bij een derde. Die goeie ouwe schoolbel stond bovenaan de trap, naast het kopje koffie dat ze dronk, elk speelkwartiertje. Kopje met blauw bloemetjesmotief, gespaard met zegeltjes van Delhaize. Mijn mama en papa hadden dezelfde.

Ook nog: tikkertje onder de benen en chinees voetbal. Bloederige schaafwonden aan knieƫn en vingers. En overdragers. En papiertjes rapen. En in de lente op het grasveld baseball spelen tijdens de les LO. We sloegen met een racket op een tennisbal, maar de meester noemde het toch baseball. Want er stonden kegels, en er was zoiets als vangbal. En als we hard hard klopten, vlogen de tennisballen de buurman om de oren. Dat was mijn opa, die buurman. Hij had duiven met een klein, klein hartje. En als ik er in het weekend langsging, kreeg ik tennisballen mee naar huis. En ook wel snoepjes en zo.

Phjew, jeugdsentiment. Nu ik toch bezig ben, nog snel even dit. Boes! Babar! Dommel! En Plons! Aaaaah.

zaterdag 31 maart 2007

vakantie

Soms communiceerden wij via muren. Mijn buurmeisje en ik. Tijdens schoolvakanties hadden we ons eigen alfabet bij elkaar geklopt. Waar de muren van het huis het dunst waren, hielden we urenlange dialogen. We tikten letters, trommelden woorden en bonkten al eens een vloek. Als er zon was, maakten we vroeg in de morgen afspraken voor de dag. Onze klokken hadden we gelijk gezet. Om drie uur in de tuin was geen minuut later.

En dan zaten we elk aan onze eigen kant van het tuinhek. Waar ik mij tussen sparren moest wringen, elk jaar een beetje moeizamer. Waar spinnen sneller webben maakten dan wij boterhammen aten. Waar we de meest bizarre prullen uitwisselden, en de meest absurde verhalen fantaseerden.


Maar de zaterdagen en zondagen waren het leukst. Dagen zonder muren, zonder tuinhek. Dan was er burenbezoek. We spitten putjes in het gazon omdat we wilden golfen. Onze moeders keken paniekerig in het rond, onze vaders nipten geamuseerd van hun pint.

We schommelden hoog, en schopten gaten in de lucht met onze nieuwe sportschoenen. En we joegen sprinkhanen na tot de avond viel. En als de zon onderging, kwam de ijskar onze straat ingereden. Stond zij aan haar brievenbus te wachten op pistache. En ik aan mijn brievenbus op chocola. En een halfuur later tikten we door de muur hoe het ons weer gesmaakt had die dag.